De eerste 700 kilometer

Heel soepeltjes verliep het eerste deel van de reis niet echt. Nog voordat we Amsterdam waren uitgereden, rook de auto naar gesmolten rubber. Aangezien het zondag was, konden we ook niet terecht bij onze autogarage. Het leek dus tot een lelijk scenario te komen: terugrijden en pas de volgende middag weg. Daar moet ik bij benoemen dat dat het  het gunstige scenario was, voor hetzelfde geld mochten we drie dagen wachten op de bestelling van een of andere speciaal onderdeel waarvan we het bestaan niet eens kenden. We hielden onze adem in dus.

Na een heel scala aan reddingspogingen en zelfs de hulp van een aardige ANWB-meneer kwam het allemaal toch goed. Dat er nu wat van de auto afgevijld is, hoort bij het avontuur zullen we maar zeggen.

imageimage

Rond elf uur ’s avonds reden we de stad in. Eerder waren we die avond gestopt in Braunschweig. Een stadje waar we geregeld komen als we op vakantie naar het oosten gaan. Tip: ’s ochtends kun je er bij Strupait het beste ontbijtbuffet van  heel Duitsland vinden.

imageimageimage

Een van de eerste dingen waar je Berlijn aan kunt herkennen als je de stad in rijdt is de diepte van panden. Op sommige van deze panden bevinden zich zelfs gigantische advertentiebanners of grote beschilderingen. Nadat we van de snelweg af waren hobbelden we over de Berlijnse keitjes.Deze romantiseer ik altijd thuis in Zaandam wanneer ik over Berlijn praat, alleen valt dat vies tegen als je op je fiets bijna op je muil gaat. Om niets te missen tuurde ik uiterst nieuwsgierg uit het raam. Aan veel straten hangen herinneringen, of stonden deze nog op het lijstje van plekken die ik nog graag wilden bezoeken. Naarmate we de stad in reden begon de virtuele kaart in mijn hoofd zich te vormen en vond ik het ongelofelijk gaaf om weer in mijn ‘lieblingsstadt’ te zijn.

Het oorspronkelijke plan om in de EU-landen op campings te overnachten zodat budgettechnisch we in Rusland waar de campings niet al te best zijn hotelletjes kunnen boeken, strandde al de eerste avond. Rond 12’en plofte ik neer op één van de zes bedden in de grote hostelkamer, die wij met z’n drieën mochten gebruiken als gewone hotelkamer.

Dat het een hotelkamer was, en geen hostelkamer, kwam wel goed uit. De nachrust die ik die nacht opdeed kwam me de volgende dag nog goed van pas toen we op onze van-thuis-meegenomen fietsen de halve stad afreden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s